Programma­begroting 2027

menu

Financiële positie

De gemeente beschikt over een gezonde financiële basis, gekenmerkt door een stevige vermogenspositie, een lage schuldquote en een beheersbaar risicoprofiel binnen de grondexploitaties. De voorgenomen investeringen leiden weliswaar tot een aanzienlijke stijging van de schuldpositie, maar de schuldontwikkeling blijft gedurende de gehele begrotingsperiode ruim binnen de landelijk gehanteerde signaleringswaarden.

Het belangrijkste bestuurlijke aandachtspunt ligt niet aan de balanszijde, maar bij de structurele ontwikkeling van de exploitatie. De negatieve structurele exploitatieruimte in de periode 2027 tot en met 2030 laat zien dat de financiële ruimte onder druk staat en beperkt is om nieuwe ambities of tegenvallers op te vangen. In het Hoofdlijnenakkoord is daarom gekozen om het tekort in de begroting 2027 eenmalig af te dekken, mede vanwege de aanhoudende onzekerheden rond de herverdeling van het gemeentefonds en de financiering van de jeugdzorg. Daarbij is eveneens rekening gehouden met toekomstige noodzakelijke investeringen. Deze keuze vraagt echter om een aanzienlijke inzet van de algemene reserve. Hierdoor ontstaat een nadrukkelijk spanningsveld tussen het realiseren van maatschappelijke en bestuurlijke ambities enerzijds en het waarborgen van een duurzaam sluitende begroting anderzijds. De komende jaren vraagt dit om scherpe keuzes, zodat investeringen ook op langere termijn financieel verantwoord blijven.

Per saldo kunnen we concluderen dat de gemeente over voldoende financiële weerbaarheid beschikt om de geplande en noodzakelijke investeringen te realiseren. De opgave voor de komende jaren ligt echter nadrukkelijk in het behouden van een duurzaam structureel begrotingsevenwicht, zodat de financiële positie ook op langere termijn gezond blijft. De uitdaging zit daarbij niet zozeer in de financierbaarheid van investeringen zelf, maar vooral in het creëren en behouden van voldoende structurele begrotingsruimte om de hieruit voortvloeiende kapitaallasten en exploitatielasten blijvend te kunnen dragen.

Sinds de vaststelling van de begroting 2026 zijn de in onderstaande tabel opgenomen structurele mutaties doorgevoerd in de meerjarenbegroting. Daarmee is een geactualiseerde financiële uitgangspositie ontstaan die richtinggevend is voor de opstelling van de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030.

2027

2028

2029

2030

Saldo financiële ruimte Programmabegroting 2026

465

158

2.748

3.013

Beslispunt 4 - programmabegroting 2026

-144

0

0

0

Mutaties Septembercirculaire 2025 (budgetmutaties), zie "link" memo actief

-839

-925

-1.039

-1.227

Structurele mutaties Najaarsbrief 2025, zie "link" rvs 25-161

-994

-994

-994

-994

Structurele mutaties Jaarstukken 2025, zie "link" rvs 26-092

-85

-85

-85

-85

Uitgangspunt meerjarenraming 2027-2030

-1.597

-1.846

630

707

Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE)

783

783

783

783

Autonome ontwikkeling (indexering) 2027-2030

1.767

766

256

-813

Mutaties volgend uit raadsbesluiten

-446

-213

-213

-213

Budgetmutaties meicirculaire 2026

434

709

161

492

Prognose financiële ruimte na meicirculaire 2026

941

199

1.617

956

Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE)

De decentralisatie-uitkering CDOKE vervangt vanaf 2027 de huidige specifieke uitkering (SPUK) CDOKE. Met deze wijziging stelt het Rijk middelen beschikbaar via de algemene uitkering, waarmee gemeenten uitvoering kunnen geven aan hun klimaat- en energieopgaven. Voor Middelburg betekent dit dat de bijdrage vanuit het gemeentefonds toeneemt van het eerder geraamde bedrag van € 967.000 naar circa € 1.755.000 structureel.

De gemeente investeert al substantieel in de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. In de huidige begroting zijn hiervoor onder meer middelen beschikbaar gesteld voor de benodigde personele capaciteit, de verdere verduurzaming van gemeentelijke gebouwen en de uitvoering van beleidsmaatregelen op het terrein van klimaat en energie. Daarmee is structureel ruim € 2,2 miljoen aan middelen gekoppeld aan de gemeentelijke klimaat- en energieopgave. Naast deze structurele middelen zijn ook incidentele middelen beschikbaar voor de isolatie van particuliere woningen, waarvan inwoners goed gebruikmaken.

Tegen deze achtergrond is ervoor gekozen de extra middelen die via de algemene uitkering beschikbaar komen als algemene dekkingsmiddelen in de begroting op te nemen. Hiermee doen we recht aan de brede financiële uitdagingen waarvoor de gemeente staat, terwijl tegelijkertijd onderkennen we dat we al aanzienlijke investeringen doen om de lokale klimaat- en energiedoelstellingen te realiseren.

Dit betekent dat het college de vastgestelde doelstellingen van het project Klimaat, Energie en Circulairiteit (KEC) blijft hanteren voor het toekomstbestendig klimaat- en energiebeleid. De gemeenteraad heeft het project als strategisch benoemd op basis hiervan zullen ontwikkelingen, opgaven en investeringsvoorstellen worden gedaan. Deze werken we de komende jaren nader uit en betrekken we bij toekomstige kadernota's. Op die manier kunnen we deze integraal afwegen binnen de totale bestuurlijke, maatschappelijke en financiële opgaven van de gemeente. Zo blijft Middelburg koers houden richting een duurzame toekomst, met ruimte voor zorgvuldige politieke keuzes en een evenwichtige inzet van beschikbare middelen.

Autonome ontwikkelingen (indexering) 2027 - 2030

Binnen de gemeentelijke begroting verstaan we onder autonome ontwikkelingen de financiële doorwerking van bestaand beleid en externe factoren op de inkomsten en uitgaven, zonder dat hier nieuwe beleidskeuzes aan ten grondslag liggen. Het betreft hiermee ontwikkelingen die zich onvermijdelijk voordoen en die veelal slechts beperkt beïnvloedbaar zijn op korte termijn.

Deze autonome mutaties komen onder meer door loon- en prijsstijgingen, volumegroei in open-einderegelingen zoals Jeugdzorg en Wmo, en de doorwerking van eerder genomen investeringsbesluiten in de vorm van rente- en afschrijvingslasten. Aan de inkomstenkant betreft het onder andere veranderingen in het gemeentefonds als gevolg van rijksbeleid, evenals indexering in lokale belastingopbrengsten.

Voor het bestuur van de gemeente is het inzicht in deze autonome ontwikkeling van groot belang, omdat deze de beschikbare financiële ruimte direct beïnvloedt. In de begrotingsopbouw vormen autonome mutaties dan ook een eerste, onontkoombare stap, waarop vervolgens de afwegingen ten aanzien van nieuw beleid en eventuele ombuigingen plaatsvinden. In veel gevallen leidt dit ertoe dat, nog vóórdat nieuw beleid wordt overwogen, al sprake is van een verslechtering van het begrotingssaldo. In de paragraaf financiele positie namen we een tabel op met kerngetallen waarmee we rekening houden.

Mutaties volgend uit raadsbesluiten

De door de raad genomen besluiten zijn integraal verwerkt in de meerjarenraming. Dit betekent dat zowel de financiële consequenties als de beleidsmatige doorwerking structureel zijn opgenomen in de begrotingscijfers voor de komende jaren. Zo zorgen wij dat de meerjarenraming een actueel en volledig beeld geeft van de structurele baten en lasten van de gemeente, inclusief de effecten van vastgesteld beleid.

Budgetmutaties meicirculaire 2026

In juni is de meicirculaire (link) verschenen. Circulaires kennen algemene mutaties en taakmutaties1. Algemene mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. Dit betekent dat gemeenten hun bestaande taken moeten uitvoeren binnen aangepaste financiële kaders, waarbij zij mogelijk keuzes moeten maken in prioritering, efficiëntie en inzet van middelen.

Aanmeldingen programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028 - 2030

2027

2028

2029

2030

(Transport) Prognose financiële ruimte na meicirculaire 2026

I/S

941

199

1.617

956

Overhead / overige baten en lasten

Organisatieontwikkeling1

I

-500

-500

-500

-500

Taakstelling ivm formatie-uitbreiding2

S

0

0

453

473

Toekomst & Talent

GR Orionis

I

-1.524

-1.061

-554

74

OZO; verbreding en verdieping van de taken van het Regiobureau

S

-25

-25

-25

-25

Herstel constructiefouten dak Oleanderhof Arnemuiden

S

0

-14

-14

-14

Verduurzaming Franciscusschool (pilot project)

S

0

-50

-50

-50

Permanente uitbreiding Atalant

S

0

-65

-65

-65

Permanente uitbreiding Atalant - eerste inrichting

S

0

-15

-15

-15

Uitbreiding praktijkschool Het Bolwerk en de eerste inrichting van deze uitbreiding

S

0

0

0

PM

Uitvoeringsagenda middelbaar en hoger vervolgonderwijs in Onderwijsregio Middelburg-Vlissingen

I

-150

-150

0

0

Opnemen schoolgebouw in programma “Fastline” (verduurzaming)

I

-125

0

0

0

RBL - 1 fte

S

-40

-42

-44

-46

Beweeg & Beleef

Restauratie Abdijtoren (Lange Jan) & Bourdonklok

S

0

0

0

-330

Programmabudget cultuurkwartier

I

-100

-160

-165

0

Uitbreiding kleedaccommodaties VV Nieuwland

I

-170

0

0

0

Uitbreiding kleedaccommodaties EZRC Oemoemenoe

I

-170

0

0

0

Sociaal & Vitaal

Sociaal Team

I

-200

0

0

0

Sociaal Team

I

-550

-550

-550

PM3

Voortzetten inloopvoorzienngen (sociale basis)

S

-70

-70

-70

-70

Uitvoeringsagenda mensenrechten

S

-40

-40

-40

-40

Stijgende kosten aanvullende jeugdhulp 2027 e.v. - IJZ

S

-1.297

-2.250

-3.285

-3.482

Leefbaar & Bereikbaar

Baggerwerkzaamheden

I

0

0

0

-529

Vervangen toegangsweg begraafplaats Westelijke Oude Havendijk

I

-300

0

0

0

Renovatie Spijkerbrug

S

0

-17

-17

-17

Veilig & Dienstverlenend

Verhoging rekenkamerbudget

S

-39

-40

-41

-41

Strategisch adviseur OOV - 1 fte

S

-110

-115

-120

-125

Bestuursadviseurs - 2 fte

S

-210

-220

-229

-239

Adviseur kabinet - 0,5 fte

S

-55

-58

-60

-63

Prognose financiële ruimte per jaar 2027-2030

-4.734

-5.243

-3.774

-4.148

  1. 1 In het kader van organisatieontwikkeling gaan we aan de slag met een lange termijn organisatieontwikkelplan voor de verdere ontwikkeling van onze organisatie. We richten ons hierbij op structuur, cultuur en leiderschap. Als eerste stap maken we een keuze voor onze structuur: de manier waarop we onze organisatie inrichten met een nieuw sturingsmodel. Dit model vormt de basis waarop we verder bouwen aan een organisatie met onze manier van samenwerken, leiderschap en cultuur.
    We bewegen naar een organisatie waarin:
    • rollen steeds helderder zijn en verantwoordelijkheden duidelijker belegd;
    • we sterker sturen op samenhang, resultaat en maatschappelijke waarde;
    • integraliteit en samenwerking steeds meer de standaard zijn;
    • we elkaar blijven aanspreken, feedback geven en duidelijke verwachtingen hebben;
    • leiderschap, ontwikkeling en teamsamenwerking centraal staan en verder worden versterkt.
  2. 2 Het uitgangspunt voor de formatie-uitbreiding binnen deze begroting is dat deze budgettair neutraal verloopt. Door het opnemen van een algemene taakstelling wordt een ingroeimodel gehanteerd, waarbij de kosten van de uitbreiding na twee jaar binnen het totale personeelsbudget worden opgevangen volgens het principe oud voor nieuw.
  3. 3 De taken van het SLT vertonen inhoudelijke raakvlakken met activiteiten die momenteel door het Sociaal Team worden uitgevoerd. De inrichting van het SLT vloeit echter voort uit een wettelijke verplichting voor gemeenten. De inrichtingskeuzes bepalen of en waarop in de toekomst met een uitvoerende organisatie als Vizita wordt samengewerkt. Daarbij zijn de uitkomsten van het lopende onderzoek naar Vizita mede bepalend. Op basis van deze onzekerheid is hier strucutreel nog geen budget aan te koppelen.

Bovenstaande tabel geeft een beknopt overzicht van de nieuwe beleidsontwikkelingen waarvoor aanvullende middelen in de begroting zijn opgenomen. Hoewel de integrale afweging van dergelijke voorstellen normaliter plaatsvindt bij de kadernota, betrekken we deze voorstellen dit jaar bij de behandeling van de programmabegroting.

Per programma lichten we de aanmeldingen nader toe bij het onderdeel "invulling financiële ruimte".

Dekkingsmiddelen

2027

2028

2029

2030

(Transport) Prognose financiële ruimte per jaar 2027-2030

-4.734

-5.243

-3.774

-4.148

Onttrekking algemene reserve => tgv exploitatie

1.491

2.421

1.769

955

Onttrekking algemene reserve => voeding afschrijvingsreserve

0

160

160

481

Extra regulier ZEH-dividend

2.500

0

0

0

Dekking vrijval jaarlijkse kapitaallasten

743

0

0

0

Saldo begroting

0

-2.662

-1.845

-2.712

Waarvan eenmalig (afbouw ZEH dividend)1

1.095

-3.807

  1. 1 Conform het door de raad genomen besluit wordt deze dekking gefaseerd afgebouwd tot nihil in 2034.

Onttrekking algemene reserve => tgv exploitatie

Een aantal posten – waarvan een deel ook is opgenomen in het hoofdlijnenakkoord – heeft een incidenteel karakter. Zij vragen daarom om een eenmalige dekking. Het is vanuit financieel oogpunt verdedigbaar deze lasten te dekken uit eenmalige middelen, in het bijzonder uit de algemene reserve. Hierbij sluiten we aan bij het principe incidentele uitgaven niet financieren met structureel middelen, waarmee de begrotingssystematiek volgen.

Onttrekking Algemene Reserve => Voeding afschrijvingsreserve

Investeringen met economisch nut kennen, gezien hun duurzame karakter, een meerjarig gebruik en moeten we daarom volgens de geldende verslaggevingsregels over meerdere jaren afschrijven. Daardoor nemen we zowel rente- als afschrijvingslasten structureel in de begroting op. Deze wettelijke verplichting maakt dat aan dergelijke investeringen structurele lasten verbonden zijn, die we ook structureel moeten dekken.

Door de totale investeringsomvang van € 9,2 miljoen in één keer te onttrekken aan de algemene reserve en deze te storten in een afschrijvingsreserve, kunnen we de jaarlijkse kapitaallasten vervolgens budgettair neutraal verwerken via een jaarlijkse onttrekking uit deze afschrijvingsreserve.

Extra regulier ZEH-dividend (2027)

In de begrotingscirculaire van de provincie is opgenomen dat maximaal 75% van het gemeentelijke aandeel in een dividenduitkering van € 100 miljoen van ZEH als structureel dekkingsmiddel in de begroting mag worden verwerkt. Hier staat tegenover dat het hiermee samenhangende risico moet worden opgenomen in de risicoparagraaf. Uitgangspunt was dat de dividenduitkeringen van ZEH doorlopen naar de huidige verwachting tot en met 2033.

In Middelburg is dit vanuit risico benadering anders verwerkt. Immers de raad heeft eerder al besloten om deze opbrengsten in een periode van acht jaar geleidelijk af te bouwen naar nul. Hierdoor vertaald dit zich niet in een risico voor paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Op basis van de recente dividendnotitie van ZEH van 7 mei 2026 kan de gemeente naar verwachting ook voor 2027 rekenen op een aanzienlijke dividenduitkering. Deze uitkering komt bovenop het bedrag waarmee in de huidige begroting rekening is gehouden en sluit aan bij de begrotingsrichtlijn van de Provincie, die uitgaat van een totale dividenduitkering op basis van € 100 miljoen. Ten opzichte van de begroting (€ 5,9 miljoen) verwachten we ook in 2027 een fors voordeel. Voor 2027 is dit € 8,4 miljoen. Dat is ongeveer eenmalig 2,5 miljoen extra.

Het college merkt wel op dat de voorgenomen verkoop van de aandelen ZEH leidt tot een nieuwe situatie, waardoor deze inkomsten vanaf 2028 komen te vervallen. Voor 2027 leidt dit ertoe dat de geraamde dividenduitkering naar verwachting toeneemt van € 8,4 miljoen (€ 5,9 miljoen regulier dividend en € 2,5 miljoen aanvullend dividend) tot € 64 miljoen. Uw raad zal aangaande de verkoop van aandelen ZEH Energy BV separaat een voorstel voorgelegd krijgen.

Dekking vrijval jaarlijkse kapitaallasten

Daarnaast is in begrotingscirculaire 2027 van de provincie het volgende benoemd: “Op dit moment werken de twaalf provincies aan een kader voor het toetsen van specifieke stelposten voor onderuitputting. Daarin zullen de aansluiting op eerdere realisaties, aansluiting op (nieuw) beleid en vragen over het aanpassen van (investerings)plannen onder andere terugkomen. Naar verwachting zullen deze kaders voor de zomer formeel worden vastgesteld in de twaalf colleges van Gedeputeerde Staten. Bij de beoordeling van de begroting 2027 zullen deze kaders worden toegepast”. Dit betekent dat verwachte vrijval uit deze onderuitputting kan worden ingezet als dekking in de begroting. Ook in Middelburg is de afgelopen jaren gebleken dat door latere uitvoering van investeringsplannen de jaarlijks begrote kapitaallasten structureel een terugkerende vrijval laten zien.

  1. Taakmutaties leiden tot overeenkomstige aanpassingen in zowel de inkomsten als de uitgaven en worden ingezet voor een specifiek, daaraan gekoppeld doel. Hiermee beoogt het Rijk decentrale overheden in te zetten voor de realisatie van beleidsdoelstellingen, vanuit de gedachte dat gemeenten beter in staat zijn in te spelen op lokale behoeften en omstandigheden dan via centrale aansturing.